Geplaatst door: 
Verhaal

Wim Roetert: 'Mijn grootmoeder was een echte zakenvrouw'

‘Mijn voorgeslacht is in 1675 vanuit Bentheim naar Diepenveen gekomen. Daar is een hele beschrijving van. In Bentheim lag een enclave van het Koninklijk huis. Dat is toen geruild met een katholieke keurvorst uit Oost-Duitsland. De protestanten moesten uitwijken. Er waren drie broers. Ze hebben waarschijnlijk in Deventer bij het convent van kerken aangeklopt. Die had na de Reformatie de goederen van klooster Diepenveen in beheer gekregen. Eén broer kwam op boerderij Kloosterboer, één ging naar boerderij Tjoeneklooster en één kwam hier op de boerderij Bloemendaal.

Deze boerderij is in 1510 aangekocht door het Vrouwenklooster. Dat klooster is in 1400 gesticht. Zij kochten overal boerderijen. De fundering van de boerderij bestaat nog uit kloostermoppen. De brandmuur is ongeveer 40 centimeter dik. Het klooster is de jaren 1580 verwoest. Daarna heeft het 200 jaar verwoest gelegen. Toen is de Diepenveense Puinweg er van aangelegd.

Mijn grootouders kwamen van Tjoeneklooster aan de Schapenzandweg. De naam zegt het al. Daar werden tot 1870, 1880 nog schapen gehouden. Mijn grootmoeder heeft nog meegemaakt dat de schapen op de heide liepen. Zij was van 1850. Je kon Deventer van verre zien liggen. Er stond vrijwel geen boom. De schapen hielden alles kaal. Toen kwam de schapenwol uit Nieuw Zeeland en kwam er hier de klad in. Men is daarom overgegaan op het houden van koeien. Toen in 1935 de spoorlijn Deventer-Ommen is aangelegd, heeft mijn vader nog 1,5 hectare grond verkocht. Dat heette de Vullik. Ze gebruikten die heidegrond vroeger om plaggen te steken voor de potstal.

Mijn grootouders zijn hier in 1880 als pachters van landgoed de Roobrug gekomen. In 1886 hebben ze de boerderij met 28 hectare grond voor 18.000 gulden gekocht. Achterlijk waren ze niet. Ik heb nog een oorkonde van 1896 dat ze de eerste prijs van 60 gulden kregen voor een pinkenstier op de landbouwtentoonstelling in Deventer. 60 Gulden was heel wat. Grootvader heb ik niet meer gekend, mijn grootmoeder wel. Dat was een echte zakenvrouw. Mijn grootmoeder karnde de boter hier aan huis. Ze hadden een karnmolen. Mijn grootmoeder was de boter altijd zo kwijt. Ze had notarissen, doctoren en alles in Deventer als klant. Met de kleedwagen bracht ze de boter in Keulse potten rond. Als je een goed product had, hoefde je niet op de markt te staan. Op de botermarkt viel je in handen van handelaren.'

Reacties