Geplaatst door: 
Verhaal

Wim Hekman: 'Mijn vader was helemaal op toen hij rond zijn 65ste met zijn bedrijf stopte'

Auteur: 
Ewout van der Horst

‘Ik ben van ’33. Ik kom van een boerderijtje bij het Relaer. We waren helemaal op Heino gericht. Mijn ouders hadden een heel klein boerderijtje. Ze zijn begonnen met een paar koeien. Mijn vader verdiende bij als dagloner bij verschillende boeren. Dan nam hij weer een stukje haver of rogge aan dat hij moest maaien en dan moest ik het opbinden. Mijn moeder hielp ook op het bedrijf. Als mijn vader bij een ander ging werken, moest mijn moeder thuis de boel op orde houden. Mijn moeder was sterk, die kon het lichamelijk wel aan.

Van lieverlee kwam er een stukje grond bij. In de oorlog was er werkverschaffing. De Grontmij heeft een stuk grond van mijn vader opgehoogd met grond van een buurman die een hoge kamp had waar wel wat van af kon. Daar liepen wel 30, 40 man achter die kiepkarretjes waarmee ze de grond aanvoerden. Er was een dijk om het land, zodat het met hoog water niet onderliep. Je kon een schuif dicht doen. Als het water weer zakte trok je de schuif omhoog. Nu is dat weer allemaal natuurgebied geworden. Als ik er langs kom dan denk ik: “Wat jammer!”

Op een gegeven moment heeft mijn vader een paard gekocht, een heel jong paardje dat weinig kostte. Je moest het zelf nog mak maken. Na een paar jaar ruilde hij hem in voor een jongere. Zo kon hij weer een paar cent verdienen. Mijn vader heeft verschrikkelijk hard moeten werken! Hij kon ook niet anders. Het was toen knap moeilijk, maar hij heeft zich er goed doorgeworsteld. Een schuurtje voor wat meer varkens erbij gezet. Het waren fokvarkens. De biggen verkocht hij weer. Zo heeft hij het bedrijf opgebouwd. Op een gegeven moment had hij een stuk of acht koeien. Het jongvee stond in een schuurtje.

Ik was de oudste. Ik heb nog twee broers en een zus. Na de lagere school heb ik nog twee jaar lagere landbouwschool gehad. Doorleren was er niet bij. Wij moesten geld verdienen. Na schooltijd moest ik direct aan de bak. Als ik een half uur te laat thuis kwam, kreeg ik op mijn donder. Ik moest dit doen en dat moest nog gebeuren. Dat deden we ook wel, maar niet altijd van harte. We verrichtten hand- en spandiensten. Als de rogge rijp was, hielp je met binnenhalen. Met hooien net zo. 

De boerderij van mijn ouders was te klein om over te nemen. Mijn vader kon er al niet van bestaan. Anders had het er misschien nog wel in gezeten, maar nu zagen wij dat niet zitten. Er was ook geen grond te koop. Je zat daar vlak tegen het Relaer aan. Die mensen verkopen nog geen schoffel. Er zaten nog wat pachtboerderijen in de buurt van een textielfabrikant. Ik had op zich wel belangstelling voor het boerenwerk. Ik heb nog geprobeerd een kippenboerderij op de Veluwe over te nemen, maar dat is niet wat geworden. Toen mijn vader ermee gestopt is, heeft hij een huis gekocht in Heino en het boerderijtje aan de makelaar overgedaan. Een dierenarts is er gaan wonen. Het boerderijtje bestaat nog altijd. Mijn vader was helemaal op toen hij er rond zijn 65ste mee stopte. Hij heeft nog een jaar of tien in Heino gewoond. Hij was 73 jaar toen hij overleed. Mijn moeder is 102 geworden.’

Reacties