Geplaatst door: 
Verhaal

Wim en Mariet Hekman: 'Wij hadden een goed gevoel bij die kuikens'

Wim: 'Een jaar of wat na ons trouwen had ik het idee dat er toch wat bij moest komen, dat het niet voldoende meer was en toen zijn we in 1966 overgegaan tot het bouwen van een nieuwe kippenstal. Ik heb een hectare grond gekocht om een hok op te plaatsen. Je kreeg er allerlei subsidies voor. Er was een borgstellingsfonds. Daar konden we een bedrag van krijgen, maar dat moest wel met een paar jaar weer afgelost worden. We hebben een hok voor 12.000 kuikens gezet. Voor die tijd was dat een grote stal.

De bouw van kuikenstallen was toen bijna een ziekte. Er was een vertegenwoordiger van de coöperatie die dat geweldig stimuleerde. Hij was een echte kippenman. Hij kende een aannemer uit Diepenveen die schuren bijna voor de kostprijs zou plaatsen. Hij verkocht ze aan tien boeren tegelijk. Mijn zwager had ook een kuikenschuur. Ik hielp hem wel eens met kuikens vangen wanneer ze afgeleverd werden. Ik zei: “Daar moeten wij ook mee beginnen. Dat is wel een mooie tak.” Zo zijn wij er ook ingerold. Het was een mooie combinatie met het melkvee. De mest van de kuikens gebruikten we voor ons land. Ik heb de koeienmest nog wel eens afgevoerd, maar de kippenmest altijd zelf gebruikt omdat er zoveel stikstof in zit. Het één vulde het ander goed aan.’

Mariet: ‘Wij hadden een goed gevoel bij die kuikens. Dat jonge spul is prachtig. We kregen kuikens van tien dagen aangeleverd. Ze werden met duizenden tegelijk in kratten aangevoerd van een broederij uit Raalte. Die kratten kieperden we in de stal leeg. Die kuikens konden nog niks. Ze moesten nog leren drinken. We hadden overal straalkachels staan. De eerste dagen hadden we er een kartonnen ringen omheen, zodat ze daarbinnen warm bleven. Dat was één gepiep en gedoe. Dan strooide je er met de hand voer in en plaatste er waterbakjes bij. Na twee dagen haalden we die kartonnen weg en hadden ze het hele kok. Later hadden we drinknippels met van die kleine kogeltjes onderin. Er was een voermachine met transportband die om de paar uur het hele hok doorging.

Het was mooi werk, niet te zwaar, dat ik meestal deed terwijl Wim met het vee bezig was. Ik ging ’s ochtends een half uur de stal in en ’s avonds nog een keer. Overdag kwam je er ook vaak nog wel eens kijken. Het beroerdste was om de dode kuikens er telkens uit te halen. Ik nam altijd een emmer mee als ik de stal inging, waarin ik de dode kuikens deed. Die kieperde je dan in een ton. Soms waren dat er heel veel, meestal met ziektes in de stal. Dat was best dramatisch. Eén keer hebben we van de 12.000 kuikens er maar 5.500 afgeleverd. De rest moest je er allemaal met de hand uithalen.’

Reacties