Geplaatst door: 
Verhaal

Trees Kuiper: 'De ingetrouwde vrouw moest naar opa om geld te vragen'

Auteur: 
Ewout van der Horst

'De sociaaleconomische voorlichting spitste zich steeds meer toe op bedrijfsoverdrachten. Er was veel behoefte aan adviezen hierover. Wij legden het erfrecht uit aan de mensen. De boeren hadden meestal wel een boekhouder, maar die kan je geen bedrijfsoverdracht laten doen. Die jongens hebben daar niet echt voor gestudeerd. Er komt een belangrijk sociaal aspect bij kijken. Vroeger regelden een handvol notarissen de bedrijfsoverdrachten in Twente. Als de zoon het bedrijf overnam, adviseerden zij dat de jonge vrouw levenslang voor de ouders moest zorgen. Er stond dan in het testament dat ze de ouders aan het eind moesten brengen. Of ze nu met elkaar konden opschieten of niet, dat deed er niet toe. De jongelui waren erg afhankelijk van hun ouders. Moeder besliste vaak wat er gegeten werd.

Ik kwam eens bij een gezin met opa, oma en ons Jantje. Oh ja, Jantje had ook nog een vrouw. Opa bepaalde waar geld aan werd uitgegeven. De ingetrouwde vrouw moest naar opa om geld te vragen -een bankpasje bestond nog niet. Hij was toch de baas! Ik kwam er om advies te geven. De jonge vrouw gaf op een bepaald moment haar mening. Toen gaf die oude boer die meid een klap tegen het hoofd: “Wegwezen jij!” Ik weet het huis nog te staan, met die rotboer voor het aanrecht. Ik was brutaal en zei: “Ik haal haar toch weer op, want zij hoort er ook bij.”

Je zag vaak dat de oude baas, totdat hij zijn laatste adem uitblies, voor 80 procent bepaalde wat er gebeurde. Ik heb heel veel medelijden gehad met die jonge vrouwen. Ze mochten niet buitenshuis werken, maar hadden thuis ook niets in te brengen. Ze zaten allemaal aan één tafel en hadden één pan op het gasfornuis. Ik propageerde nogal eens dat ze aan de andere kant ook een keukentje zouden maken. Al is het een klein hokje, je bent er gelukkiger dan bij de ouwelui. Ik heb veel gehamerd op de splitsing van woning en van budget. Daar is heel wat energie in gaan zitten.

Het bedrijf moest natuurlijk door kunnen gaan. De opvolger moest de ruimte krijgen. Wij adviseerden om de andere kinderen te laten studeren. Dat werd ook steeds makkelijker gemaakt door de komst van studiebeurzen. De andere kinderen moest je wel bij de overname betrekken. Ik gaf het liefst voorlichting waar alle kinderen bij aanwezig waren. De maatschap was in opkomst. Dan hielp je een maatschapsakte op te stellen. De eerste jaren kregen vader en zoon bijvoorbeeld ieder de helft van de winst. Als pa ouder wordt en rustiger aan doet, krijgt hij nog twintig procent. Belastingtechnisch was zo’n maatschap ook een hele vooruitgang.

Meestal was onderling al wel bepaald wie het bedrijf zou overnemen. Die zoon had vaak een agrarische opleiding gevolgd. Lastiger werd het als er meerdere zoons belangstelling hadden, maar dan had de oudste toch de meeste rechten. Doorgaans was er maar plek voor één. Zolang pa nog rondliep kon de zoon laten zien dat hij een goede opvolger was. Hij moest het bedrijf wel verdienen. Dat gebeurde via de maatschap. Ik gunde de jonge boer wel de nodige zeggenschap. Ik ken ook boeren die hun opvolger lieten werken, maar het kapitaal in een woning voor de andere zoon staken. Ik was voor een eerlijke verdeling.'

Reacties