Geplaatst door: 
Verhaal

Mina Oldehinkel: 'Zo armoedig was het toen'

‘Mijn ouderlijk huis staat in Heemse, waar mijn broer nog altijd woont. Daar zijn mijn beide broers en ik geboren. Het was een hele oude boerderij, die mijn grootvader bij zijn trouwen had gekocht. Mijn opa was boerentimmerman. Hij maakte vooral boerenwagens, als bijverdienste. Wij zaten als kind vaak op de bomen die bij huis lagen om te drogen. Na het overlijden van mijn grootmoeder bleven mijn grootvader en vader zonder vrouw in huis achter. Mijn ouders zijn daarom heel jong getrouwd.

Het bedrijf van mijn ouders was een bunder of vijf, zes. We hadden vier koeien, wat varkens, kippen en een paard. De koeien stonden aan de ene kant in de stal, de varkens en het paard aan de andere kant. De kippen zaten in dozen op de hilde, boven de koeien. We verbouwden ook rogge, haver en aardappels. Wij moesten altijd meehelpen, toen we eenmaal zover waren: aardappels krabben, rogge binden, melken en al zulk soort dingen meer. Ik had er altijd een hekel aan.

Mijn vader hielp ook andere boeren met zijn paard om hun land te bewerken. Die boeren hadden geen paard en materialen om te ploegen of wat dan ook. Dat deed mijn vader dan. Mijn vader heeft nooit een trekker gehad. Hij heeft altijd met een paard gewerkt. Hij was niet zo vooruitstrevend. Als hij in deze tijd had geleefd, was hij vast geen boer geworden. Hij kon ook slecht melken. Mijn moeder moest altijd melken. Dat had je vroeger vaak: de man was op het land en de vrouw verzorgde het vee.

Het was een armoedige toestand. Mijn moeder heeft wel eens verteld dat ze tien varkens hadden en als die afgeleverd werden zei ze: “Nu krijgen jullie alle drie nieuwe schoenen.” Wij hadden geen schoenen, alleen klompen. Maar tegen de tijd dat de varkens afgerekend werden, was het geld al weer op en kregen wij geen nieuwe schoenen. Zo armoedig was het toen. Elk jaar slachtten we een varken voor eigen gebruik. Dat kan ik mij nog goed herinneren. We staken ook onze eigen turf in het veld voor de kachel en de fornuispot. Mijn vader ging dan naar Bergentheim waar hij een stuk heide afplagde waar veen onder zat. Hij stak de turf in vierkante plakken die hij in de zomer op hopen liet drogen en in de herfst met paard en wagen ophaalde.'

 

Reacties