Geplaatst door: 
Verhaal

Mina Oldehinkel: 'In het begin had ik niets te vertellen'

'Mijn man wilde niet zomaar bij zijn ouders intrekken. Hij wilde liever apart wonen. Mijn schoonvader vond dat niet nodig. “Het is altijd zo geweest.” Er is toen wel een eenvoudige achterkeuken gekomen en een paar slaapkamers boven. De broer en tweelingzus van mijn man woonden nog thuis. We waren dus met zijn zessen in huis. Mijn zwager sliep hier achter in een kamertje, mijn schoonzus in een andere kamer en mijn schoonouders aan de voorkant in een kamer. Wij sliepen boven. Onze slaapkamer was de enige privacy die we hadden. Dat was niet gemakkelijk. Maar ja, je moest wat als je een keer trouwen wilde.

In het begin had ik niets te vertellen. Mijn schoonmoeder regelde alles. Zij kookte ook. Ik had mij altijd voorgesteld dat als we straks met zijn beiden zouden zijn ik heel anders ging koken. Bij de familie Bakker had ik leren koken met andere groenten en vlees van de slager... Maar hier ging het zoals het altijd gedaan was met groenten uit eigen tuin en vlees van eigen slacht. Niet dat mijn schoonvader en schoonmoeder zo moeilijk waren, maar het bleef gaan zoals het altijd gegaan was. Geen toetje na en al die dingen meer. Mijn schoonmoeder kocht ook de babyspullen toen de oudste werd geboren. Ik was ook wel makkelijk. Ik had niet veel kans gehad om zelfstandig te worden. Mevrouw Bakker zei wel eens: “Die er bij introuwen, worden nooit zelfstandig.” Dat gold voor mij in het begin ook wel. Later ben ik wel zelfstandiger geworden. Ik kan mij nu heel goed redden.

In het begin hielpen mijn zwager en schoonzus ook nog met melken. Ik molk ook wel, maar ik heb het nooit zo goed gekund. Dan zei ik tegen mijn man: “Je moet de makkelijkste er maar uitzoeken.” Ik was altijd bang. Later toen de kinderen geboren waren, zei mijn man vaak: “Blijf jij maar in huis. Ik melk wel. Dan ben jij straks ook klaar.” In die tijd zijn we ook met ketels gaan melken met zo’n vacuümpomp. Ik deed ook andere werkzaamheden zoals kippenvoeren en melkbussen schuren. Dat deed mijn schoonzus ook wel. Ze was een harde werkster. Daar heb ik een hele goede aan gehad.

Toen rond 1960 de boel uit elkaar gemaakt werd, moesten zijn zussen en broer ook allemaal wat hebben. Wij hadden geen inzicht in de financiën: wat er van de melkfabriek kwam enzo. Mijn schoonmoeder en schoonzuster gingen over het geld. Dat hadden ze altijd samen gedaan. Mijn schoonzus deed meestal ook de boodschappen. Dat was verder geen probleem. Als je wat wilde hebben, kon dat ook wel. Maar mijn man wilde toch een keer weten wat er van hem was. Toen hebben zijn zussen en broer allemaal geld gekregen. Het kwam ook doordat mijn schoonouders oud werden. Het moest natuurlijk wel een keer geregeld worden. Ze kregen toen ook AOW. Dat kwam de postbode nog brengen! Mijn man kreeg de boerderij. Berend had hier ook altijd gewerkt vanaf zijn jonge jaren. Hij had nooit loon gehad. Mijn zwager en schoonzus kregen nog wat extra, omdat ze hier ook altijd gewerkt hadden. Mijn schoonvader heeft nog heel lang meegelopen op de boerderij.

Mijn schoonzus is getrouwd toen we vier kinderen hadden. Ze was al 36 jaar. Ik kreeg toen een heel andere band met mijn schoonmoeder. Vanaf dat moment overlegde ze met mij als er wat was. Zij werd aldoor minder. Ze zat heel veel. Ze had veel te veel werk gedaan en was op. Mijn schoonmoeder heeft op een gegeven moment een beroerte gehad. Ze is eerst nog weer een hele poos thuis geweest. Dat ging toen niet meer. Ze is weer naar het ziekenhuis gegaan en daar overleden. Mijn schoonvader is 90 geworden. We hadden al zes kinderen toen hij overleden is. Ik heb hem op het laatst nog twee jaar verzorgd, wat ze nu mantelzorg noemen.

Mijn zwager is getrouwd toen hij 60 was. Hij is een half jaar getrouwd geweest, toen hij een hartaanval kreeg en is overleden. Tot zijn trouwen heeft hij bij ons gewoond. Dat was soms best moeilijk soms. Hij werkte later niet meer als monteur. Hij had last van de rug. Wij waren ’s morgens aan het melken en voeren en dan gingen we met de kinderen eten. Dan lag hij nog op bed. Als wij klaar waren, kwam hij uit bed en ging hij eten. Dan had je de hele morgen de ontbijtboel op tafel staan. Het gaf wel eens wrijving. Voor mijn man was het ook niet leuk. Mijn zwager was altijd bij mij thuis. Ik kon heel goed met hem. Hij vertelde mij ook altijd alles. Dat was voor mijn man wel eens moeilijk. Zodoende hebben we heel lang met familie in huis gewoond. Je moest het wel voor lief nemen. Mijn man had hier zijn werk op de boerderij. Je kon het ook niet verkopen.'

Reacties