Geplaatst door: 
Verhaal

Klaas Hofstede: 'Op Staphorst en Rouveen zaten elf smederijen'

'Op mijn 25ste, in 1960, trouwde ik met Jantje Boldewijn en ben ik uit de smederij gestapt om voor mezelf te beginnen. Anders had ik met m’n twee broers het bedrijf van mijn vader over moeten nemen en dat wilde ik niet. Dan moet je samenwerken en overleggen, dat zou niet werken. In die tijd waren er elf smederijen op Staphorst en Rouveen. Er was dus behoorlijke concurrentie. Ik heb de smederij van Balder overgenomen en kon op het erf van m'n schoonvader aan de Oude Rijksweg een werkplaats bouwen. Ik maakte wagens, verkocht en reviseerde trekkers en probeerde wat handel op te zetten. Op boeldagen in de Noordoostpolder kocht ik ploegen die ik geschikt maakte voor de hefinrichting van trekkers. De meeste boeren kwamen vanzelf langs, want ik kon hun machines repareren. Ik zette ook machines aan de weg om te verkopen.

Als een boer een trekker wilde kopen, kon hij bij mij zijn paard inruilen. Ik had daar speciale kooplieden voor. Soms ging ik zelf naar de paardenmarkt in Zwolle. Er kwam een keer een boer die zei: “Smid, ik wil een trekker kopen, maar ik heb niet veel geld.” Ik zei: “Ik ook niet. Hoe gaan we dat doen?” Hij had zes pinken thuis en die wilde hij inruilen voor een trekker van Bautz. Ik had wel wat verstand van koeien, omdat we zelf thuis een boerderij hadden. Toen ik die pinken had bekeken zei ik hoeveel hij nog bij moest leggen. Dat was hem natuurlijk teveel, je weet hoe dat gaat bij boeren. Ik zei: “Ook goed, maar dan doen we het niet.” Dezelfde avond kwam die boer weer terug: “Ik heb het er nog eens met mijn vrouw over gehad. We moesten het toch maar doen.” Toen heeft hij die zes pinken, met wat geld erbij, ingeruild voor die trekker. Ze zeggen wel eens dat de emancipatie in het Westen is begonnen, maar daar klopt niks van. Hier was de vrouw al veel langer de baas. Als een boer een koe wilde verkopen, overlegde hij eerst met zijn vrouw. Zij moest beslissen. Dat was hier vanzelfsprekend. Ze werkte net zo hard als de man. De vrouwen hielpen altijd melken of gingen mee hooien op het land.

De eerste jaren had ik geen geld voor een auto, dus deed ik veel op de fiets. Als ik machineonderdelen nodig had vertrok ik om vijf uur 's ochtends naar Schaap in Blokzijl met een grote zak achterop om ze op te halen. Ze wisten wat ik nodig had, want een dag daarvoor had ik al gebeld. Men zegt wel eens: “Als je handelt, ligt er vaak een kwartje tussen de centen.” Dat is ook zo. Mijn vader handelde vroeger al veel en ik kwam later ook in het hele land. In Friesland kocht ik harkkeerders van Nicholsons op, die ik vervolgens opknapte en doorverkocht aan een vertrouwd adres in Noord-Brabant. Van daaruit gingen ze door naar België. We hebben een keer op een vrachtwagen 52 maaimachines vervoerd. Die chauffeur moest met een lange lat opmeten of hij nog onder de viaducten door kon. En het mooie was: we kwamen de prijs overeen en hij rekende direct af. Dat was altijd goede handel.

Reacties