Geplaatst door: 
Verhaal

Jo Vedders: 'Al heel jong ben ik bedrijfsleider geworden'

Auteur: 
Ewout van der Horst

‘Mijn vader is in 1956 overleden. Ik was 13 jaar. Hij had anderhalf jaar daarvoor een klap van een koe gehad. Het was van buiten genezen, maar de laatste maanden had hij verschrikkelijke hoofdpijn. In die tijd konden ze geen foto of scan maken. ’s Morgens kwam hier een vrouw uit Haaksbergen een breimachine brengen. Mijn vader was links van de weg gras aan het inzaaien. Jansje heeft met hem gepraat. Hij heeft gezegd: “Ik heb zo’n verschrikkelijke hoofdpijn.” ’s Middags heeft hij zich om het leven gebracht. Hij had ondraaglijke pijn. En dan in een moment van verstandsverbijstering... Het is donderdagmiddag gebeurd en zondagmorgen kwam er allemaal etter en vocht uit zijn mond.

Ik zat net 2 jaar op de huishoudschool. Ik had graag in de verzorging gewild, maar dat is dus niet gebeurd. Moeder wilde de boerderij verkopen. Ze was alleen en had geen jongens. Mijn oudste zus had tuberculose. Die moest heel veel rusten. Een paar jaar later moest ze trouwen en was ze dus al weg. Mijn andere zus was 4,5 jaar jonger. Die was nog maar 9 jaar. We hadden wel een knecht: Jan Stoltenberg. Hij was hier vier jaar toen mijn vader overleden is. Ik wilde wel verder met het bedrijf en Jan wilde ook wel blijven. Ik ben toen van school gegaan. Ik kon het melken en alles niet combineren met school. Met 14 jaar was je niet meer leerplichtig. Samen met Jan heb ik het bedrijf voortgezet. Mijn moeder en tante trui hielpen ook vaak buiten. Op zaterdag hadden we soms hulp van twee mannen die dan vrij waren. We hebben ons prima gered. De meeste beslissingen nam ik samen met mijn moeder. Zo ben ik al heel jong bedrijfsleider geworden. Over de toekomst dacht je niet veel na. Je probeerde gewoon te overleven.

Een opleiding voor het boerenvak heb ik niet gehad. Ik wist nergens van. Meisjes gingen nog niet naar de landbouwschool. Je had de landbouwhuishoudschool, maar daar leerde je niets van het boerenbedrijf. Je kon wel een beroep doen op de landbouwvoorlichter, Wilmink. Hij heeft ons met heel veel zaken geholpen. Als je dan grondmonsters liet nemen, kwam die man de resultaten uitleggen. Als er wat was, kon je hem gewoon bellen en dan kwam hij. Dan legde hij uit hoe dat zat met kunstmest of zo. Tegenwoordig zijn er nog wel voorlichters van de coöperatie, maar dit was iemand van de rijkslandbouwvoorlichting. Van collega-boeren moet je niet teveel verwachten. Boeren onder elkaar zeggen niet gauw waar je op moet letten.

Ik heb nooit spijt van die stap gehad om boerin te worden. Ik ben nu eenmaal een buitenmens. Het was niet anders. Ik mocht met 16 jaar nog niet met de trekker op de openbare weg rijden. We hadden eens een dode koe die naar het slachthuis in Haaksbergen moest. Jan de knecht wilde niet mee. Ik was al op de Buurserstraat, toen mij de buurman tegemoet reed. Hij is met mij naar Haaksbergen gegaan. Tja, het overkomt je gewoon. De meest meisjes van mijn leeftijd gingen in de fabriek of op kantoor werken. Er waren niet veel boerenmeisjes bij huis. Ik ging regelmatig naar KI-stations om stieren te bekijken. Als je je koeien bevrucht wilt hebben, moest je toen zelf kijken welke stier geschikt was. Dan was ik daar als enige vrouw. Ze spraken van “dame en heren”. Dan voelde je toch wel wat opgelaten. Verschrikkelijk!'

Reacties