Geplaatst door: 
Verhaal

Jan Tepper: 'Er kwamen veel Groninger boeren in de veenkoloniën'

Auteur: 
Ewout van der Horst

'‘Mijn grootouders zijn hier in Vroomshoop  gekomen vanuit Onstwedde in Groningen. Er kwam ook een vrijgezelle tante mee, tante Siene. Er was geen toekomst meer voor hen in Onstwedde. Hier was de turf net afgegraven en werd er landbouwgrond van gemaakt. Het was pionieren. De grond werd per 24 hectare uitgegeven. Er kwamen hier veel meer Groninger boeren. Zij kenden de grond in de veenkoloniën. Wolters was de eerste. Die heeft in 1900  hier aan de Tonnendijk een boerderij gezet, de Sallandia.

Mijn grootouders hebben er in 1909 een  boerderij gebouwd, de Kroezenhoek. Deze is voor een paar jaar geleden helaas afgebroken bij de aanleg van de rondweg. Mijn grootvader moest geld voor de bouw hebben. In Vriezenveen zat veel geld vanwege de handel met Rusland. Hij ging naar mijnheer Schepers in Vriezenveen. Die zei: “Tepper, laat mij je handen eens zien.” Hij zag zijn werkhanden en zei: “Meneer, hoeveel geld wilt u hebben?” Zo is het begonnen.  

De aangekochte grond moest nog ontgonnen worden: zand eronder weghalen en dat over de resterende veenlaag uitspreiden. Dat ging allemaal met de schop, heel langzaam. Dat duurde tot in de jaren ‘30. Toen had je de werkverschaffing. Werklozen moesten hier verplicht helpen ontginnen.  De boeren gebruikten de grond om fabrieksaardappelen te poten. Het bouwplan was twee derde graan en een derde deel aardappels. Daarnaast hadden de boeren zo’n zes koeien en een paar varkens. Met dat vee verdienden ze een paar centen bij. En zo konden ze het bouwland af en toe met gras inzaaien. Dat was nodig voor de wisselbouw. Voor zes koeien had je indertijd veel meer oppervlakte gras nodig dan nu.

Akkerbouw was de hoofdzaak. Je had  toen heel veel kleine aardappelmeelfabrieken, zoals de coöperatieve aardappelfabriek de Centrale in Coevorden en de  particuliere Baanbreker in Dedemsvaart en Onder Ons in De Krim. De aardappels gingen er over het water naartoe. Er was hier een hoofdwijk, de Kalkwijk, met allemaal zijwijken. Langs die wijken was in het verleden de turf met schepen afgevoerd. Tussen de zijwijken lag ongeveer 24 hectare grond.

Het graan ging naar de coöperatie. Hier had je ook een coöperatie. Die is voor 2 jaar terug gesloten. Daar werd het graan verwerkt. Een deel van de rogge was bestemd voor de eigen varkens. Het haver was voor de paarden. Hier werkten ze allemaal met Belgische paarden. Grote boeren hadden er wel vijf of zes staan.'

 

Reacties