Geplaatst door: 
Verhaal

Jan Hoff: 'Hier hadden we ineens alle ruimte'

‘In het begin was het bedrijf hier nog zoals we ook in Vriezenveen boerden. We waren wel wat uitgebreid. Op de grote stal konden zestien koeien staan. We molken nog met de hand. In het begin hielp mijn moeder nog mee. De hoofdzaak was melkveehouderij, maar we hadden ook wel akkerbouw, vooral op de nieuwe grond. Zo verbeter je de grond. We verbouwden rogge, haver en hoofdzakelijk aardappels. De handel was dol op consumptieaardappelen van nieuwe grond. Daar zaten geen ziekten in. Van lieverlee is de akkerbouw verdwenen. Toen we het bedrijf overdeden aan onze dochter, hadden we bijna alleen nog grasland.

De grond was veel beter dan voor de verkaveling. Je wist niet wat je overkwam. Nu waren we echt boer. Op Vriezenveen hadden we niet verder kunnen boeren. Ik verbaas mij er nog vaak over hoe dicht die huizen in Vriezenveen op elkaar staan. Onze dochter woont daar ook. Je kunt er net met een luxewagen tussendoor rijden. Vroeger moest je er met de hooiwagen langs! Je reed je gewoon vast. Hier hadden we ineens alle ruimte. Je kon keren met de paarden waar je wilde. Hier konden we ook uitbreiden. Op Vriezenveen had dat niet gekund.

We investeerden af en toe een beetje. Lenen bij de bank deden we niet. We betaalden alles uit eigen zak. In 1967 hebben we onze eerste trekker gekocht. Toen hadden we mond-en-klauwzeer onder de varkens. Die zijn allemaal getaxeerd en opgeruimd. We kregen aardig goed betaald. Toen hadden we een beetje los geld. Daarvan hebben we een trekker gekocht. Met de varkens zijn we gestopt. Ik was een echte paardenliefhebber, maar je moet met de stroom mee. Een paard kan niet op tegen de trekker. Dan zag je een bouwboer met één of twee paarden ploegen en dacht je: “Het is toch wat!” We hebben wel altijd paarden aangehouden. De meisjes hebben gereden bij de club. Alle zaterdagen gingen we naar de club. Ik heb nog in het bestuur van de ponyclub gezeten. Uiteindelijk interesseren die trekkers en machines mij niets.'

Reacties