Geplaatst door: 
Verhaal

Jan Haverslag: 'Ik had meteen een goed gevoel bij een zorgboerderij'

Auteur: 
Ewout van der Horst

‘In 2006 zijn we gestart met de zorgboerderij. Het melkveebedrijf had hier geen toekomst meer. Je moest mee met de schaalvergroting, maar we hadden geen opvolger. Onze drie dochters wilden geen van allen boer worden. De oudste was toen 17, 18 jaar en wilde een kantoorbaantje. De jongste heeft toerisme en recreatie gedaan. Die werkt in het nieuwe motorhotel bij Raalte. De middelste dochter, Lianne, wist eerst helemaal niet wat ze wou. Die werkte als kassière in de supermarkt.

Ik las in die tijd in de vakbladen over boeren die al met een zorgbedrijf begonnen waren. Ik vroeg aan Lianne: “Lijkt jou dat niet wat?” “Tja”, zegt ze. Ik heb toen een cursus van LTO gevolgd voor beginnende zorgboer. Dat was allemaal theorie. Daar had je weinig aan. We hebben allebei ook stage gelopen op een zorgboerderij. Daar had je wat aan! Ik had er meteen een goed gevoel bij en had direct het idee dat dit wel wat voor ons zou zijn. Lianne wist het nog niet. Die had een andere zorgboerderij. Zij heeft nog een dag meegelopen op mijn stageadres. Toen was de knop om.

We hebben de gebiedscoördinator van Rijssen-Holten erbij gehaald. Die waarschuwde ons al voor alle regels die eraan kwamen. Maar dat wat op dat moment nog niet aan de orde. We zijn opgestart zonder kwaliteitssysteem, gewoon naar eigen inzicht. Zien wat het wordt. Dat ging goed. Andere mensen kunnen zo’n stap niet altijd begrijpen. Maar ik zou mij echt niet gelukkig voelen als ik elke dag 200 koeien moest melken, de hele dag in de stal moest wezen en zieke koeien spuiten.

Mijn dochter is in 2006 meteen begonnen met een thuisopleiding voor activiteitenbegeleidster, een volwaardige opleiding sociaal pedagogisch werk. Daar is ze 3 jaar mee bezig geweest. Daarna heeft ze nog een 1-jarige HBO opleiding sociaal pedagogische hulpverlening gedaan. Toen hadden we de papieren, maar moesten we ook direct een kwaliteitscertificaat hebben. Dat bracht een vracht papierwerk met zich mee. Daar is ontzettend veel tijd in gaan zitten. Een paar jaar later moesten we een keurmerk krijgen. Ook dat hebben we nu voor elkaar.

In het begin ontvingen we de mensen in het voorhuis. Op een gegeven moment hadden we tien, elf cliënten. We hadden er autisten tussen zitten en kinderen met adhd, van alles en nog wat door elkaar. We zaten met zes, zeven jongeren in de keuken. Je kon niet meer voor of achteruit. Dat was veel te druk en gaf veel te veel prikkels. Toen zeiden we: “Dit kan niet meer.” Bij het opstarten hebben we meteen gezegd: “We gaan eerst kijken hoe het gaat lopen. Of het wat voor ons is en daadwerkelijk een succes wordt. Mocht dat het geval zijn, dan gaan we de schuur vertimmeren. Die stond toch leeg.”

In 2008 hebben we de schuur verbouwd tot dagverblijf. Al met al was dat een hele investering. De partners van mijn dochters hebben alles getimmerd. Ze zijn allebei timmerman. Het stukadoor- en schilderwerk hebben we laten doen. We hebben er gelukkig nog subsidie voor gehad van de provincie Overijssel via de regeling Vrijkomende Agrarische Bebouwing. Zonder die subsidie hadden we het ook al wel gedaan, maar hadden we nog meer zelf moeten doen.

We bieden nu naschoolse opvang voor jongeren én dagbesteding voor volwassenen. Er komen zo’n acht mensen per dag, de meesten uit de gemeente. Ze kunnen hier helpen met het verzorgen van het vee, de moes- en bloementuin, zuivelbereiding, houtbewerking en huishoudelijk activiteiten als koken en bakken. We hebben ook kleinvee dat verzorgd moet worden. Enkele jongens hebben hun melkdiploma gehaald. Ik ben met ze mee geweest om bij de buurman te melken. Ik vind het zelf ook mooi om weer eens te doen. Mijn vrouw helpt zo af en toe ook mee als begeleidster. Daarnaast doet ze kantinewerkzaamheden. Verder hebben we vier vaste vrijwilligers en gemiddeld drie stagiaires per jaar.’

Reacties