Geplaatst door: 
Verhaal

Henk Hulleman: 'Op Blankenham is goed land'

Auteur: 
Martin van der Linde

'Op Blankenham is goed land. Aan de dijk is het beter dan verder naar achteren waar het wat natter is, maar het is prima land. Dat is altijd zo geweest. Ons achterland lag direct tegen de Weerribben aan. Daar hebben we verschrikkelijk veel heisa mee gehad. Het fietspad tussen de Pollesteeg en de Lageweg was de grens. Ik was in die tijd voorzitter van de CBTB in Ossenzijl en Blankenham. Staatsbosbeheer, de eigenaar van de Weerribben, wilde dat de achterste helft van het land natuurland zou worden. De voorste helft aan de dijk mocht van hen cultuurland blijven. Dat begon denk ik al in de jaren tachtig. Ze hadden midden over Blankenham een streep getrokken die de scheiding aan moest geven. Maar wij wilden helemaal niet dat er meer natuurland kwam. Wat we daar wel niet mee gedokterd hebben. Ons punt was eigenlijk dat Staatsbosbeheer al het land wel wou hebben, maar dat de boeren vervolgens het onderhoud moesten doen. En wij waren dan het land kwijt. Dat was voor ons niet bespreekbaar. Samen met Piet Doeve van de CBTB en Jan de Boer van de OLM heb ik heel wat gestreden om die streep weg te krijgen.

Als er weer een overleg was met de gemeente en Staatsbosbeheer gingen we altijd de boeren bij langs om hun mening te peilen. Wij moesten wel zorgen dat we gedekt waren natuurlijk, dat ze achter ons stonden. Je kon niet zomaar wat doen. Beent Keulen zei altijd: ‘Probeer het maar vol te houden.’ We deden het niet alleen voor onszelf, maar voor alle boeren. Ik kreeg soms zulke pakken papier! Daar begreep ik niks van. In Slijkenburg bij Kuinre woonde een ingenieur waar we dan naar toe gingen: ‘Meneer, zeg ons eens even, wat staat erin?.’ Hij vertelde ons dan waar het op neer kwam, wat wel en niet belangrijk was en waar we om moesten denken. Zo ging dat. Staatsbosbeheer was natuurlijk een groot lichaam met veel macht. Daar is moeilijk tegen te praten. Maar als je al lang in het bestuur zit dan weet je hoe het werkt. Je wordt vanzelf wat brutaler. Op een gegeven moment was die uitbreiding van de Weerribben in onze richting van de baan. Hoe dat besluit uiteindelijk tot stand is gekomen weet ik niet, maar die streep was er niet meer. Toen was voor ons de kous af. Wij waren tevreden. 

Van toeristen hebben we op Blankenham relatief weinig gemerkt. Meestal bleven die daar bij Ossenzijl in de buurt. Aan de dijk kwamen wel wat mensen uit het westen wonen. Die komen dan uit Den Haag en zeiden hoe ze het wilden hebben. Er was een keer een vrouw die wilde dat de boeren met hun trekkers niet meer over de dijk, maar achterlangs zouden rijden. Maar daar was helemaal geen weg. Zulk soort dingen kreeg je dan op je bord. Ik heb er niet echt wakker van gelegen, echt niet, maar dan denken ze dat het hier nóg mooier en nóg stiller zou zijn als die trekkers achter het huis langs gingen. Kijk, die mensen schreeuwen dan wel wat, maar ze betalen er niet aan. Waterschapslasten betalen ze ook niet. Ja, een klein stukje maar dat haalt niet aan.

Op een gegeven moment kwam er bij ons ook riolering. Ik had er helemaal geen verwachting van. Ze leggen die riolering zó diep. Er was wel een meter bovengrond, en dat door het veen. Dat zag ik helemaal niet zitten. Afijn, het werkte toch, maar ze vertelden tegen me: ‘Henk Hulleman, je kunt geen riolering krijgen want je woont 500 meter van de dijk af. Dat is niet rendabel.’ Ik zei: ‘Dan ga je ook maar bij de buren door het land. Je moet door drie stukken van me heen, maar ik kan geen riolering krijgen?.’ Dan moesten ze maar door de dijk. Dat wilden ze natuurlijk niet, want dan kregen ze er allemaal van die kronkels in. Uiteindelijk heb ik wel riolering gekregen. Anders mochten ze niet door mijn land. Soms moet je op je strepen staan.'

Reacties