Geplaatst door: 
Verhaal

Henk en Teddy Koonstra: ‘In een paar jaar tijd stapten de boeren over op de voordroogkuil'

Henk: ‘Het gras werd in het begin nog vers ingekuild. Wij hebben een hakselaar gekocht om het gras te hakselen. Eventueel ging er wat melasse door om verzuring tegen te gaan. Het inkuilen gebeurde ook wel met een kneuzer of hardelandmachine. Toen de voordroogkuil en de opraapwagen opkwamen, was dat ineens afgelopen. We hebben nogal vlot een opraapwagen gekocht. Daarmee raapte je had gras zo van het land en zette je het aan de kuil. In het begin brachten we ook nog wel veel hooi van het land bij huis. Je stortte het zo naast de hooiblazer, waarmee ze het in de berg of op zolder bliezen. Dan ging je verder naar de volgende boer.’

Teddy: ‘In een paar jaar tijd stapten de boeren over op de voordroogkuil. Dat scheelde ongelofelijk veel arbeid. Maar er zaten nogal wat kinderziekten in. Die machines en aanpassingen kosten handenvol geld. Het tarief moest wel meestijgen. Sommige boeren zeiden: “Het kost zoveel, je moet bijna je eigen gras kopen.” Die boeren waren gewend het allemaal zelf te doen. Ze hadden ook geen idee van wat personeel kost.’

Henk: ‘Het maïs kneuzen kwam ook nogal op. Je knalde het maïs zo van de grond de wagen in. Dat gebeurde met een aangepaste graskneuzer. Bij mooi weer ging dat aardig goed. Maar als het land nat was, kwam er een hoop zand mee. Later kwamen echte maïshakselaars die de maïs veel fijner konden krijgen en drie rijen tegelijk pakten. Wij deden eerst niet zoveel in maïs. Daar was een collegabedrijf wat in gespecialiseerd. Maar die kreeg het zo druk dat wij drie kiepwagens hebben gekocht om hem tijdens de maïscampagne te helpen. Toen de hakselaars steeds groter werden, hadden we ook grotere wagens nodig. Alles werd steeds groter.

Reacties