Geplaatst door: 
Verhaal

Harm Tuten: 'Ik kon goed slapen op de wippe'

'Rond Nieuwjaar moest de boer zijn knecht vragen of hij nog een jaar langer wilde blijven. En als je dat niet wilde, ging je weer. Of de boer zei dat hij je niet langer wilde, maar dat is mij nooit overkomen. Na een jaar ben ik naar Panhuis hier in Wijhe gegaan. Daar kon ik meer verdienen. Mijn ouders kwamen wel eens bij de buren van Panhuis op visite. Die hoorden: 'Ik moet nog een knecht hebben'. Mijn vader ging er met mij heen om te onderhandelen. Zo ging dat toen. We hadden nog geen telefoon of iets. Het bedrijf was veel kleiner dan van mijn oom. Panhuis molk twaalf, dertien koeien toen ik er was.

Vóór die tijd had hij ook nog een meid in het voorhuis, maar hij is toen hertrouwd. Normaal begon je op 3 of 4 mei, maar ik ben 1 mei begonnen, omdat hij 2 juni ging trouwen. Alles moest natuurlijk perfect wezen. Ze hielden het feest op de deel. Dat is mij altijd bijgebleven. Meestal had je toen nog twee avonden waarop de visite kwam. De buurvrouwen hielpen bedienen. Als de jonge buren kwamen, hielpen de oude buren bedienen. En als je oudere buren kwamen, hielpen de jongelui. Zo hebben wij het ook nog gedaan. De hele deel moest versierd worden en alle gaten dichtgestopt. Tjonge, dat was een feest. Je had een liter jenever op, nog voordat ze getrouwd waren. Dat was gezellig!

Ik sliep op de wippe. Dat is net als een slaapkamer nu. Ik had niets anders dan een ledikant en een kist op mijn kamer. De kist, daar zaten je kleren in, en het ledikant daar sliep je in. Voor de kleren moest je zelf zorgen; het beddengoed dat was van de boer. Ik kon er goed slapen. ’s Zomers bleef het aardig koel, ’s winters stonden de koeien op stal en had je daar warmte van. De staarten van de koeien, die hoor je wel. Maar dat went wel. De eerste nacht word je ervan wakker, maar later hoor je dat niet meer. Het is net alsof je bij een spoorlijn slaapt, dan hoor je ook geen trein meer. Alleen als een koe moest kalven en goed begon te brullen, werd je wakker. Maar dan moest je er toch uit, want dan moest je helpen trekken.

Bij Panhuis had ik in het eerste jaar, geloof ik, 750 gulden. De meeste boeren betaalden één keer in het jaar: op 28 april. Dat geld moest je thuis inleveren. Mijn moe zette het geld op de bank. Er werd wel wat zakgeld afgehaald. Dat kreeg je van je moe terug. Zo werkte dat vroeger. Mijn broer kreeg een brommer. Ik wou geen bromfiets hebben, maar een motor. “Je kunt wel een motor kopen”, zei mijn vader, “maar dan doe je het zelf”. Dat heb ik gedaan. Mijn broer moest thuis ook kostgeld betalen. Daar had hij een hekel aan. Ik zei: “Je hebt wel lang genoeg voor niks gewoond!”'

Reacties