Geplaatst door: 
Verhaal

Harm Tuten: 'Die tijd moest je over kunnen doen...'

'Mijn vrouw en ik zijn 58 jaar bij elkaar geweest. Ik heb 8 jaar verkering gehad. Ik was 17 jaar en Riek was net 15 toen we elkaar leerden kennen. Ik kwam ergens vandaan en zij liep daar op de Duisterendijk. Praten kan ik als een advocaat, dus... Ze was het buurmeisje, mooi makkelijk. Overdag zagen we elkaar niet. Mijn vrouw was dienstmeid en kwam 's avonds weer. We wisten het wel te versieren dat we elkaar ergens troffen. Mijn schoonmoeder was heel gemakkelijk. Ik geloof dat ik een half jaar verkering had toen ik al in huis mocht komen. Eerst was dat alleen ‘s zaterdags en ‘s zondags. Toen ik in dienst was, kwam ik ook woensdagavond langs. Bokavond, noemen ze dat. Dan bleef ik wel tot 12 uur. Maar mijn schoonmoeder ging niet zo vlot naar bed. Naar mijn idee lang niet vroeg genoeg. Die oude was om tien uur vertrokken, maar moe knooide en knooide maar. We gingen ook vaak naar de uitvoering van de meisjesvereniging, of zo. Je prakkiseerde altijd wel wat. Ik heb met 18 jaar mijn motorrijbewijs gehaald. Toen konden we verder van huis af. Dat was een mooie tijd: moest je over kunnen doen...

Op 14 juni 1963 ben ik getrouwd. In het voorjaar hebben we een nieuwe woning gezet naast de boerderij. Het huis moest in juni af. Toen zijn mijn schoonouders hier gaan wonen en konden wij in de boerderij terecht. Ik heb hier de hele boel gekocht: de boerderij met zo'n 4,5 hectare. Daar ging mijn spaargeld in zitten, plus een hypotheek. Mijn schoonvader en ik hebben alles getaxeerd, niet te duur natuurlijk. Ook de koeien moest ik kopen. Die kostten mij 800 gulden per stuk. Dat was een hoop geld, maar daar had je ook echte koeien voor. Het was goed boeren in die tijd. Die koeien heb ik 5 jaar gemolken en brachten voor de dood 1.200 gulden op. Zoveel was dat vee duurder geworden. Toen ging het altijd maar vooruit. Dat is nu wel anders.

Het was hartstikke gezellig met mijn schoonouders op het erf. Riek had er wat meer moeite mee. Ik was overdag weg. Dan kwam mijn schoonmoeder met groente uit de groentetuin aanzetten: “Ik heb ook wat voor jou meegebracht.” Of: “Ik heb alvast aardappels voor je geschild.” Net alsof ze dat zelf niet kon. Ik zeg: “Het is jouw moeder. Je redt je er maar mee.” Ik heb maar één keer mot gehad met mijn schoonmoeder. Mijn schoonvader zou mij helpen met hooien. Wij waren twee handen op een buik. Die deed alles voor mij. Toen ik thuiskwam, zei moeder: “Je moet eten, Tuten.” “Eten?”, zei ik. “Eten kan ik vanavond om 9 uur ook wel. Ik ga eerst hooi halen.” Dat was foute boel. Toen moest zij alleen eten. Maar verder ging het prima. Je moet goed door de vingers kunnen zien. Zo was dat toen. Alles ging gepolijst. We hebben een dochter en een zoon. Die lagen indertijd in de kinderwagen of in de box. Mijn schoonmoeder paste vaak op. Later gingen ze naar de kleuterschool. Dan was je ze overdag kwijt.'

Reacties