Geplaatst door: 
Verhaal

Echtpaar Vedders: 'Beetje bij beetje is het gebied in cultuur gebracht'

Auteur: 
Ewout van der Horst

Jan: ‘Vroeger was hier allemaal heide. Mijn schoonmoeder wist nog dat het hier een grote vlakte was. Die bossen daarginds zijn door de textielfabrikanten aangeplant. Die heeft zij nog helpen poten. Daarginder was het veen. Dat was helemaal zwart. Nu is het begroeid met berken, vliegdennen en dergelijke, maar toen was het een zwarte vlakte. Er werd nog veel in gewerkt. Dan krijgen de berken geen kans. Er is hier veel turf weggehaald. Dat deden alle mensen in de buurt, totdat Staatsbosbeheer het in eigendom kreeg.’

Jo: ‘We hebben in de kamer nog een foto hangen van mijn overgrootvader met zijn schapen op de heide. Die foto moet nog voor de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt. Toen mijn opa trouwde hadden ze hier één koe en een kudde schapen, heeft mijn moeder altijd gezegd. De schapen liepen op de heide, de koe was er voor de melk. Dan hadden ze nog een beetje akkerbouw. Ze boerden voor eigen levensbehoeften. Dat was toen bij iedereen zo. Het gebouwtje aan het begin van ons erf is een oude schaapskooi. Die is al van begin 1900.

Beetje bij beetje is het gebied in cultuur gebracht. De hoger gelegen es hierachter is als eerste ontgonnen. Dat was de beste grond. Mijn opa kocht onontgonnen grond van de marke Honesch en van boeren uit de buurt. Hij heeft volgens mijn moeder nooit een kabinet, staande klok of ander duur spul gekocht, maar altijd in grond geïnvesteerd. Opa heeft wat ontgonnen en mijn vader heeft wat ontgonnen. In mijn jeugd was links van de weg naar Haaksbergen ook nog allemaal heide. Toen mijn vader een trekker had, kon hij de heide makkelijker omploegen. Dat deed hij samen met de loonwerker.

Ik weet nog dat in mijn jeugd Siberië, een gebied aan de Duitse grens, is ontgonnen door de Heidemij. Wij speelden als kinderen met die kiepkarren op het smalspoor. Verder gebeurde alles met de hand. Ze moesten de heide afplaggen, de ondergrond met wit zand verplaatsen en de donkere ondergrond eroverheen. Onze buurman werkte ook bij de Heidemij. Iedereen werd bij de Heidemij aan het werk gezet, ook mensen die amper een schop konden vasthouden: horlogemakers enzo.’

Jan: ‘Dat was echt ontginningswerk: alles omspitten. De heide eronder en het zand er bovenop. Dan zaaide je het in. De heide verrotte en het jaar erop werd het omgeploegd en weer wat op verbouwd. Ik heb wel eens een oude boer horen zeggen: “De ontgonnen grond moet je het eerste jaar aan je vijand verhuren, het tweede jaar aan je beste vriend en dan moet je het zelf houden.” De grond moet eerst voedingsstoffen opnemen. Daarvoor gebruiken ze vaak lupinen. Dat is prima bemesting. Die brengt stikstof in de grond. Zelf hebben wij ook nog wel stukjes langs de laan ontgonnen. Dat hebben we laten doen door de Heidemij.’

Jo: 'In de winter brandden we hout en turf in een grote kachel. We zaten dichtbij het veen en hadden dus altijd turf. Mijn ouders hadden vier hectare veen voor het steken van turf. Ze gebruikten eerst de bovenlaag. Later konden de kinderen of kleinkinderen het diepveen steken. Maar in de oorlog is het veen onteigend. Toen waren ze het kwijt. Het zou vanuit de werkverschaffing ontgonnen worden, maar dat is nooit gebeurd. Na de oorlog kregen we van de gemeente nog wel een vergunning om jaarlijks wat turf te steken. Ik heb nog vaak in het veen gewerkt. De mannen staken de turf en wij moesten ze aan hoopjes leggen: twee aan twee, acht hoog. Later maakten we er ronde tonnen van anderhalve meter hoog van. Als het droog was werd het met paard en wagen opgehaald. De laatste jaren zijn we zelfs nog met de trekker in het veen geweest. Zolang je maar goed op de paden bleef! Naast de weg zaten diepe veengaten. De turf werd bewaard in de turfschuur. Nu gebruiken we die als garage. We hebben er nog steeds turf liggen. Daar maken we de kachel mee aan. Onder het veen zat een harde laag. Die spreidden ze uit over de grond en stampten ze vlak met de voeten om het aan blokjes te snijden. Dat gebruikten ze om de kachel aan te houden. Als je die ’s avonds in de kachel lei, brandde het ’s morgens nog. Pff, ik heb vaak genoeg geholpen in het veen. Die muggen staken verschrikkelijk!’

 

Reacties