Geplaatst door: 
Verhaal

Derk te Rietstap: 'Mijn ouders verrichtten echt pionierswerk'

Auteur: 
Ewout van der Horst

'Mijn vader en moeder hebben voor hun trouwen gezocht naar mogelijkheden om een eigen bedrijf te stichten. Zodoende zijn ze hier terecht gekomen. Dit gebied was een veenderij. De erven Van Roijen zat hier. De weg hiervoor was vroeger een hoofdwijk [veenkanaal], de Van Roijenswijk. Er was veel woeste grond die nog klaar gemaakt moest worden als landbouwgrond. Samen met een oom heeft mijn vader in 1936-’37 een stuk grond van bijna 60 hectare gekocht, dat ze hebben laten ontginnen in het kader van de werkverschaffing. De bovenlaag werd ontveend, de bolster [harde bovenlaag] vermengd met de onderliggende zandgrond, zodat je een laag bouwaarde krijgt, de zogenaamde dalgrond. Dat gebeurde allemaal nog met de hand. De Engbertsdijkvenen hier verderop is het laatste overgebleven gedeelte zoals het er hier vroeger allemaal uitzag.

Na de ontginning hebben mijn vader en zijn oom hun perceel gesplitst. Deze grond hier scheen iets beter te zijn, daarom is het perceel van mijn vader iets kleiner uitgevallen dan 30 hectare. Die oom heeft hiernaast een boerderij laten bouwen. Hij had al een eigen bedrijf in de Krim. Zijn zoon, een neef van mijn vader, kwam op de boerderij hiernaast terecht. Bijzonder daarvan is dat die neef, Gerrit Ormel, was getrouwd met de zus van mijn moeder. Ze waren dus tegelijkertijd zwagers. Mijn ouders hebben deze boerderij in 1937 laten bouwen. Dat moest met vreemd geld gebeuren. Het was een hele investering voor die tijd, maar ze wilden erg graag voor zichzelf beginnen. Toen de boerderij in 1938 klaar was, zijn ze getrouwd en hier komen wonen.

Het was echt pionierswerk. Richting Mariënberg ligt Oud Bergentheim. Dat noemen wij ook wel de buurtschap. Daar woonde de oorspronkelijke bevolking. Zij hebben niet de kans gepakt om op hier te gaan boeren. De gezinsbedrijven hier in de omgeving waren veehouderijen. Deze veenkoloniale gronden leenden zich heel goed voor akkerbouw. Het waren hoofdzakelijk mensen uit het noorden, vanuit de Veenkoloniën die deze kant op zijn gekomen. In het Noorden waren ze wat meer op de akkerbouw gericht. Aan de Van Roijenswijk zaten vooral boeren uit de Krim, de Monden in Drenthe en Groningen. Er zaten hele families tussen. De familie Salomons hadden meerdere boerderijen op rij.

Naast boekweit, lijnzaad en graan, zoals haver, rogge en gerst, werden er aardappelen verbouwd. Ik heb mensen gesproken die hier in de oorlog geholpen hebben met aardappelen rooien. Achter dit woonhuis zit een grote schuur. Die diende vooral voor opslag van graan. Mijn vader liet met het oog op de toekomst er direct al een grotere “baander”- deur in zetten voor eventueel grote machines. Ik kan mij nog wel herinneren dat deze schuur tot de nok toe vol zat met graan. In de winter kwam de dorsmachine om het graan te dorsen. Aanvankelijk werd het graan met de zicht gemaaid, gebonden en aan schoven gezet. Die schoven werden met behulp van paard en wagen naar binnen gebracht en handmatig opgestoken.

In de paardenstal stonden drie paarden. Ik weet dat mijn vader toen hij hier begonnen is een Gelders paard gekocht heeft. Ze hebben ook een gecastreerde hengst gehad die verschrikkelijk hard kon werken, maar door mijn vader ‘een hengst van een paard’ werd genoemd, zo onbetrouwbaar was hij. In het begin was hier nog wel wat vee op de boerderij. In de stal konden misschien zeven koeien staan. Het was feitelijk nog een gemengd bedrijf met hoofdaccent op de akkerbouw. Later was er nog één koe op de boerderij voor de eigen melkvoorziening.'

Reacties