Geplaatst door: 
Verhaal

Derk Hageman: 'Ons bedrijf moest in 1963 weg vanwege stadsuitbreiding'

Auteur: 
Martin van der Linde

'De Oosterenk was het laatste tuinbouwgebied bij Zwolle. Verderop was er allemaal weiland. Tijdens de oorlog waren er praktisch geen nieuwe woningen gebouwd, maar daarna groeide Zwolle sterk. Uiteindelijk moest ons bedrijf in 1963 weg vanwege de stadsuitbreiding. We zagen dat wel aan komen, want de huizen kwamen langzamerhand steeds dichterbij.  Maar omdat we een pachtboerderij hadden, waren er voor ons niet zoveel mogelijkheden om bezwaar aan te tekenen bij de gemeente. Nadeel was ook dat we helemaal geen land meer overhielden. Alles was voor de stadsontwikkeling. Ja, en wat moet je dan? We hebben van alles wel geprobeerd, maar dat was een moeilijke en spannende tijd. Het was onzeker of we wel boer konden blijven. Van de gemeente konden we wel een bedrijf in Dalfsen, Kampen of Heerde krijgen als we dat wilden, maar dat was alleen tuinbouw. En we wilden de koeien nog niet kwijt.

Ik heb toen rond 1960 nog een keer gesolliciteerd op een boerderij in de Flevopolder. Je moest dan een aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor IJsselmeerpolders en je hele levensverhaal met je motivatie opsturen. Dat we niet zijn uitgekozen was toen wel een flinke teleurstelling. Het kantoor van de Rijksdienst zat in Zwolle en van daaruit keken ze zo op onze boerderij. Ze hadden toch kunnen zien dat we omhoog zaten en dat de stadsrand steeds dichterbij kwam! Maar ze vonden ons maar prutboeren die niks voorstelden. Onze boerderij zag er ook niet uit volgens hen. Dat was toen niet makkelijk.

Uiteindelijk gingen we in 1963 als één van de laatsten weg van de Oosterenk. Er was een boerderij vrijgekomen vlakbij de IJssel in de buurschap Schelle aan de Schellerenkweg 2. Er zat maar 2,84 hectare grond bij, veel minder dan we daarvoor hadden. Maar het lag tenminste vrijwel aan één stuk. Dat hadden we op de Oosterenk niet. Bovendien was het zeer geschikt voor tuinbouw en zeiden we daarom tegen elkaar: ‘Lukt het niet om er grond bij te krijgen, dan kunnen we ons altijd nog redden met de tuinbouw’. Via een publieke veiling hebben we die boerderij toen gekocht voor 52.000 gulden. Voor die tijd was dat een behoorlijke prijs, maar ons geluk was dat we een goede schadevergoeding van de gemeente hadden gekregen. Er waren ook tegenbieders uit de omgeving, die later zeiden: ‘We zijn maar gestopt met bieden, want zij zijn bij de stad weggekomen. Daar kunnen wij toch niet tegenop’. Op het bedrijf zaten oude mensen, maar die wilden niet weg voordat alle gewassen eraf waren. Zo ging dat in de tuinbouw. Ze moesten de grond keurig netjes opleveren. Uiteindelijk kregen we het in november. We hebben in 1967 een nieuwe kas laten zetten van 1 hectare. Dat was beter voor de tuinbouw, want de groenten groeiden daar beter in.'

Reacties