Geplaatst door: 
Verhaal

Cobi Brinkhuis: 'Boerendochters gingen naar de landbouwhuishoudschool'

Auteur: 
Elleke Steenbergen

'Toen ik twaalf jaar was ging ik naar de landbouwhuishoudschool in Raalte. Dat was een katholieke huishoudschool. Ik was protestants, maar mocht er wel naar toe. Het dragen van een broek was op deze school niet toegestaan. We fietsten met een pofbroek onder onze rok naar school toe en trokken die daar dan weer uit. Wat later mocht je wel een rok over je broek heen dragen. Op deze landbouwhuishoudschool leerde ik naast rekenen, taal ook hoe je moest afslachten en inmaken. Maar ook van alles en nog wat over het huishouden. Hoe je de was moest doen, belangrijke zaken over voeding en over tuinieren. Eigenlijk leerden we alles om een goede huisvrouw en boerin te worden. De huishoudschool was alleen voor meisjes. Alles was in mijn jeugd nog op sekse gescheiden. Jongens gingen naar de lagere landbouwschool. Hier leerden ze, naast rekenen en taal, alles wat van belang is om een boerderij te runnen. Het buitenwerk. Boerenjongens die niet boer wilden worden gingen naar de ambachtsschool in Raalte.

Eigenlijk was ik wel pienter genoeg om bijvoorbeeld de MULO te doen. Maar boerendochters deden dat niet. Daar werd verder niet over nagedacht en niet over gepraat. Meisjes van een boerderij gingen gewoon naar de landbouwhuishoudschool. Nu vind ik dat wel spijtig. Ik had graag van alles willen leren. Gelukkig kon ik me wel verder ontwikkelen door al het verenigingswerk dat ik in de loop der jaren oppakte. Met veertien jaar ging ik naar de naaischool. In die tijd was het belangrijk dat meisjes goed met naald en draad overweg konden. Later ben ik ook nog naar de avond-huishoudschool geweest. Daar leerde ik over de fijne keuken, hoe ik apart en lékker kon koken. Daarnaast leerde ik ook nog van alles over handwerken. Dat was helemaal mijn passie. Ik had toen al een naaimachine. Toen ik jong was mocht je nooit zomaar zitten. Je moest jezelf altijd nuttig maken. Mijn sprei voor mijn huwelijk maakte ik onder het koffie drinken. Of soms werkte ik er ’s avonds na half tien nog even aan, als al het brei- en stopwerk, of wat ook gebeuren moest, af was.  

Mijn ouders zagen best dat ik pienter was en mezelf wilde ontwikkelen. Ik mocht dan ook in alle verenigingen zitten waar ik actief voor wilde zijn. Zo zat ik als secretaresse in het OLM-bestuur van de plattelandsmeisjes en mocht dan ook naar de provinciale vergaderingen. Een heleboel meisjes konden dat niet, maar ik mocht alles. Mijn vader en moeder vonden het leuk dat ik daar naartoe ging en waren er ook trots op!'

Reacties