Geplaatst door: 
Verhaal

Bert Rakhorst: 'Er waren niet veel boeren die zoveel fruit hadden als wij'

‘Ik kom van een grote boerderij in Veessen langs de IJssel: de Boerkolk. Daar ben ik geboren. We woonden in Gelderland, maar waren goeddeels op Overijssel gericht. We lazen bijvoorbeeld de Zwolsche Courant. We hadden een gemengd bedrijf met ruim twintig hectare weidegrond, meer dan tien hectare bouwland en tien hectare fruit, al met al bijna vijftig hectare. We verbouwden rogge, tarwe, gerst en haver. De rogge en de gerst waren het eerste rijp. Als die van het land waren, kon er nog net knollen gezaaid worden. Met tarwe lukte dat niet meer. Dat stak heel nauw.

We hadden zestien, zeventien melkkoeien. We gingen met z’n drieën ’s morgens om vijf uur melken. Eerst hielp mijn vader nog mee. Later molk ik met de knecht en een dienstmeisje. Ieder deed vijf, zes koeien. Voor acht uur moest de melk aan de weg staan. Ik heb nog een diploma handmelken gehaald. Dan zat je daar met de melkemmer op de rand van de klomp. Je had er een blauwe doek bij om de uier schoon te maken. Je moest de uier masseren. Dan werd geklokt hoe lang je over het melken deed. Na afloop keken ze of er nog melk in de uier zat.

Alles ging nog met paarden. Wij hadden vijf, zes paarden: Frans, Meta, de Bles… De meeste boeren hadden er een klein paardje uit Polen of Tsjecho-Slowakije bij: de kirre noemden we die. Dat paardje deed de lichtere werkzaamheden. Dat waren geen verwende paarden. Ze kwamen met groot transport via het spoor aan en kostten niet veel. Ik denk dat bijna niemand nog weet wat de kirre is. Hier aan de Duitse kant van de grens heb ik ze ook wel eens over de kirre horen spreken.

Er waren niet veel boeren die zoveel fruit hadden als wij. Mijn grootvader is daarmee begonnen. We hadden alleen al twee, drie hectare goudrenetten. Het fruit verkochten we op stam. Een maand voor de oogst werd het fruit in café Peek in Wijhe geveild. Dat waren behoorlijke extra inkomsten. Het plukken gebeurde meestal door een groep mensen uit de Betuwe. Ze sliepen tijdens de oogst bij ons op de boerderij. Ze hadden een vrachtwagen bij zich, die ze volladen met fruit.

Ik heb niet alleen de oorlog, maar ook de recessie daarvoor meegemaakt. Dan hebben ze het nu wel over een recessie, maar dat heeft niets met die tijd van doen. Vroeger waren er geen instellingen waar de mensen opgevangen werden. Ik weet nog dat de mensen een dubbeltje per uur verdienden. Het was geen mooie tijd, ook voor de boeren niet. Als alle lasten betaald waren, bleef er echt niet zo heel groot inkomen over. Als je geen schuld had, zat je aardig goed. Dat was bij ons gelukkig ook het geval.'

Reacties