Geplaatst door: 
Verhaal

Bert Rakhorst: 'De verhoudingen van een paard moeten goed zijn'

'Als jongetje ging ik al met een boer uit Marle mee naar de hengstenkeuring in Utrecht. Dan zag ik als 11 à 12-jarige vanaf die tribune die goedgekeurde hengsten staan. Het Wilhelmus werd gespeeld. Ik dacht: “Als ik daar ooit kan komen te staan...” Ik heb er acht keer gestaan! Ik heb zes goedgekeurde hengsten gehad.

Vroeger had je van die Groninger paarden. Dat waren de luxepaarden voor de landbouw. Beneden Groningen had je het Gelderse paard. Die hadden wij ook op de boerderij. Dan had je de zware werkpaarden uit België. Onze Gelderse paarden heb ik al vrij snel vermengd met Duits bloed. Je moet iets hebben wat een ander niet heeft. Nederland had zelf geen paardenfokkerij voor het leger. Wij haalden legerpaarden uit Ierland. Dat waren niet de duurste paarden. De Duitsers fokten hun eigen legerpaarden. Voor de officieren fokten ze Trakehners. Die werden vooral gefokt op grote landgoederen in Pommeren, tegen de Poolse grens. Ze gebruikten Engelse volbloeden met af en toe een scheutje Arabisch bloed. Die luxepaarden heb ik gebruikt om onze paarden mee te veredelen.

In Enschede kwam ik in een andere wereld terecht. Hier waren rijpaarden al belangrijker dan werkpaarden. Ik had schijnbaar oog voor paarden en heb altijd liefhebberij voor de rijpaarden gehad. Ik kocht een jonge hengst in Duitsland. Hij was vrij goedkoop. Die kreeg ik ook als dekhengst goedgekeurd: kampioen in Nederland en kampioen van Westfalen. Die verkocht ik voor veel geld. In die tijd is de rijpaardenfokkerij hier helemaal opgebouwd. We kwamen in de top van Europa te staan. Voor dressuur en springen haalden we paarden uit Engeland. Elk paardenstamboek wordt mede in stand gehouden door Engelse volbloed. De hengsten die in Engeland aan de top staan, worden in bijna iedere fokkerij gebruikt vanwege de snelheid en gehardheid. Ik heb ook wel eens Engelse volbloeden gekocht voor de KWPN: het Koninklijke Warmbloed Paardenstamboek Nederland. Ik kocht ze vooral in Ierland.

Ik heb nooit zo heel veel hengsten gehad, maar wel altijd de betere. Een oude schuur bij het boerderijtje had ik tot paardenstalling omgebouwd. De meeste hengsten kocht ik aan. Een drie- of viertal heb ik zelf gefokt. Ik heb een merrie uit een goede fokstal kunnen kopen. Zij is kampioen van Nederland geweest. Daar heb ik een paar hengsten bij gefokt. In hengsten zat meer handel dan in merries. Als je een hengst goedgekeurd had, verkocht je hem voor veel geld. Dan waren ze drie jaar oud. Dat is mij vaak gelukt. Ze hebben weinig hengsten van mij afgekeurd. Ik had de tijd mee.

Later heb ik keuringen gedaan voor de KWPN. Ze vroegen mij al vrij jong om te keuren. Als je dat één keer doet, zit je in zo’n circuit van keurmeesters. Ik heb dat heel lang gedaan. Je moet wel weten waarom je een paard hoog of laag op de lijst zet. Als je een paard hoog plaatst, zijn de mensen wel tevreden. Maar als je ze laag plaatst, voelen ze zich al snel gepasseerd. Dat moet je dan wel kunnen uitleggen.

Waar let je op bij een keuring? Het voorkomen: de maat en de uitstraling. Daar begint het mee. De verhoudingen moeten goed zijn: de lengte van de hals, rug en van het kruis. Verder een correcte stand van de benen en voldoende spiermassa in de achterbenen. Geen afwijkingen aan de hak: ,en zogenaamd reebeen of hazelhak. Als je zo’n afwijking niet zou zien, sla je een grote flater. Je let ook op de beweging. De kracht moet vanuit de achterbenen komen. Ze moeten voldoende naar voren grijpen. De hals moet mooi schuin uit de schouder komen. Achter de kaken moet voldoende ruimte zijn, zodat het paard zich gemakkelijk laat berijden. 

Mijn dochters hebben veel paard gereden: in het begin pony’s, later op merries en hengsten. Op een gegeven moment hadden ze een jonge hengst van mij afgekeurd. Achteraf kon ik dat ook wel begrijpen. Die hengst heb ik nog een tijdje aangehouden. We hebben hem laten castreren en zadelmak gemaakt. Toen waren de kampioenschappen van Overijssel in Ommen. Daar werd hij nummer één en een andere hengst van mij werd reserve-kampioen. De hengsten werden bereden door twee dochters van mij.

De jonge hengst mocht deelnemen aan de Nederlandse kampioenschappen. Wilma, mijn een na oudste dochter, zou hem rijden.  Ze zat vlak voor haar eindexamen en zei: “Ik kan onmogelijk rijden.” Juliette, de jongste,  toen 12 jaar heeft het van haar overgenomen.  Het was geen makkelijk paard om te rijden.. Maar Juliette bleef over en werd kampioen. De mensen op de tribune gingen staan en klappen. Door het enthousiasme ging het paard steeds harder draven en galopperen.  Hij zweefde over de baan. Het publiek raakte in vervoering.  Achteraf denk je: “Was dit wel verantwoord?”'

Reacties