Geplaatst door: 
Verhaal

Bert Rakhorst: 'Achteraf gezien was het hard werken voor weinig geld'

'In 1948 ben ik hier in Enschede komen wonen. De boerderij van mijn schoonfamilie was niet meer in gebruik. Het bedrijfsgebouw dat er stond hoorde van oorsprong bij boerderij het Ribbelt. Ze hadden bij elkaar ongeveer veertig tot vijftig hectare grond. Deze lagen her en der verspreid. Sommige percelen waren verhuurd, andere stukken waren verwaarloosd. Tien, elf hectare bij de boerderij had mijn schoonvader in de oorlog verhuurd als volkstuinen. Ik heb er veel werk aan gehad om dat weer in orde te maken. Met geleend geld heb ik vee en machines aangekocht.  Financieel gezien was het een moeilijke tijd. Als je eenmaal rood staat, is het niet makkelijk om daar weer uit te komen. Mijn vader dacht: “Bert redt zich daar wel.” Ik had het moeilijker dan hij dacht. Ik ben eruit gekomen door hard te werken.

In Enschede heb in mijn eerste trekker gekocht: een Ferguson voor 7.500 gulden, met een ploeg en een frees erbij. Ik moest wel. Ik had geen paarden of iets. Ik zag wel dat een trekker mijn enige oplossing was. Ik heb geen werkpaarden  meer gehouden. Om wat extra geld te verdienen heb ik met die trekker landbouwgrond bouwrijp gemaakt voor de stadsuitbreiding. De sloten moest dicht geploegd worden. Dat was aangenomen werk van de gemeente. In die tijd had ik ook nog grond in Veessen liggen. Dan reed ik met dat trekkertje dwars door Overijssel om daar de grond te bewerken. Je was een halve dag onderweg. Ik weet nog wel dat ik op een winterdag zulke koude voeten had dat ik er totaal geen gevoel meer in had. Het was niet allemaal even economisch, maar achteraf vraag ik mij ook af hoe ik het anders had kunnen doen. Samen met Hilda heb ik de gang erin gehouden. Mijn vrouw was wat makkelijker dan ik. Ze zei: “Bert, niet zeuren. Het komt goed.” Daar had ze nog gelijk in ook.

Wij woonden bij mijn schoonmoeder in het grote huis. Zij is enkele jaren later overleden. De boerderij lag enige honderden meters achter het huis en werd bewoond door mijn knecht: Hendrik Gullink. Hij woonde  met zijn vrouw Dientje en drie kinderen in het voorhuis. Mijn koeien stonden in het achterhuis: zo’n twintig melkkoeien. De werkzaamheden op de boerderij deed ik samen met Hendrik. Hij was een aardige vent. We hadden een goede verstandhouding. Hij kon smakelijk lachen als er iets verkeerd ging. Hij verdiende niet zoveel, maar had er wel vrij wonen met een grote groentetuin erbij. Intussen hield ik mij  bezig met de handel in hengsten. Dat leverde het nodige op.

De boerderij was een echt melkveebedrijf. We hadden zwartbont stamboekvee. Je had hier in Enschede alleen zwartbont. Mijn koeien hadden een goede productie. Ze kwamen bij mij niets te kort. Akkerbouw deed ik niet meer. Ik had alleen wat hectares mais. Dat kwam toen op. Daar ben ik snel op ingesprongen. Eerst molken we nog met de hand. Toen kocht ik een melkmachine: een motor met een vacuümpomp. Die gebruikte ik zowel in de stal als op het land. Ik had een wagen waaraan we de koeien konden vastzetten. Ik had geregeld dat ik de stroom van de lichtpalen langs de weg mocht aftappen. De melk leverden we in melkbussen aan de fabriek in Lonneker. Achteraf gezien was het hard werken voor weinig geld.

In deze periode is mijn dochtertje Jeanette verongelukt. Ze is verdronken in een zwembad. Ze was bijna 8 jaar. Tja, zo zit het leven in elkaar. Je maakt mooie en minder mooie dingen mee. Daar ontkom je niet aan. Het hadden eigenlijk de mooiste jaren van mijn leven moeten zijn. Het waren de moeilijkste. Ik zou het niet graag over willen doen.'

Reacties