Geplaatst door: 
Verhaal

Bernard Vollenbroek: 'Wij hielden ons eind jaren '60 al met computerboekhouding van varkens bezig'

'Vanuit de coöperatie hadden we een goede relatie met de Rijksvoorlichtingsdienst. Daar was een vacature voor een voorlichter varkenshouderij. Mijn directeur zei: “Als je daar in dienst komt, heb je meer zekerheid en een beter pensioen.” Dat leek mij prima. Zo kwam ik in 1963 bij het Consulentschap Varkens en Pluimvee, de CVP, in Hengelo terecht. Leeming was de consulent van de CVP. Hij had een stuk of zeven, acht assistenten onder zich, die per gebied het werk moesten doen. Eén keer per maand hadden we een bijeenkomst om de problemen door te spreken.

Mijn werkgebied was Ambt Delden. Daar heb ik 33 jaar gewerkt. Collega’s die problemen met boeren kregen, werden overgeplaatst naar een ander werkgebied. Daarom kreeg je er af en toe een gebied bij: Haaksbergen, Markelo en Weerselo. Dat was ook een kwestie van bezuinigen. Er vielen steeds meer bedrijven af, die ermee stopten. Meestal had je zo’n 200 tot 240 boeren. Ik heb gelukkig maar weinig problemen gehad. Met de meeste mensen kon ik goed overweg. Ik heb afscheid genomen bij Spoolder met 330 mensen in de zaal en heb toen een Koninklijke onderscheiding in goud gekregen.

Ik heb een hele mooie tijd bij de rijksdienst gehad. Je maakt soms rare dingen mee. Ik vergeet nooit meer: begin jaren zeventig kreeg ik op een donderdagmorgen een brief over een regeling dat je oude schuurtjes kon vervangen door nieuwbouw met 50 procent subsidie. Dat was ongehoord! Wij direct aan het bellen. We hadden zo een hele serie belangstellenden. Zaterdagmorgen kregen we een telefoontje dat we maandagmorgen voor spoedoverleg naar hotel de Kroon in Hellendoorn moesten komen. Het bleek een vergissing te zijn. Het was ook te mooi om waar te zijn. We zeiden tegen de consulent: “Dan gaat uzelf maar naar die boeren toe om te vertellen dat het niet doorgaat! Ik ga er niet naar toe.” Hij probeerde wat te sussen, maar wij hielden voet bij stuk. De vergadering werd 20 minuten geschorst. Hij heeft het ministerie gebeld over hoe nu verder. De uitkomst? Alles wat beloofd was, bleef beloofd. Zo is het gegaan. Prachtig toch?

Wij hielden ons eind jaren zestig al met computerboekhouding van varkens bezig. Wij stuurden alle gegevens op en kregen tien, twaalf dagen later de uitslag terug. Het was wat primitief, maar zo konden de boeren wel in de gaten houden wat de voederconversie, gemiddelde groei en uitval was en wat ze eraan verdienden. Je had toen een voerderconversie waar men zich tegenwoordig voor zou schamen. We zaten op 3,3. Nu is dat 2,8. Daar heb ik een mooi verhaal bij. Ik had van doen met een vrouw die een boerderij had. Haar man was schilder, maar wilde ineens ook met varkens gaan fokken. Zij was heel kien, hij was wat nonchalant. Ik kreeg iedere keer commentaar van hem: “Die computer, daar klopt helemaal niets van!” Ik dacht: “Ik pak je wel een keer.” Hij had ongeveer 120 zeugen. Er waren er twee bij die dat jaar geen biggen hadden gehad en drie maar één keer. Ik zeg: “Die en die nummers, wanneer hebben die geworpen?” “Oh, dat zal ik je laten zien.” Hij kon het niet vinden. Zijn vrouw kwam erbij. “Hoe zit het nu?”, vroeg ik. “Je zegt dat de computer niet deugt, maar het komt hiervandaan dat je slecht draait.” Later is hij gestopt.'

Reacties