Geplaatst door: 
Verhaal

Bernard Vollenbroek: 'Het Landvarken was een echt spekvarken met hangoren'

'Vroeger had je hier in Twente het Duitse edelzwijn. Die varkens waren erg spekrijk, maar met vlees kon je veel meer geld verdienen. Voor de vorming van spek en vet is veel meer energie nodig dan voor vlees. In 1906 heeft de baron van Twickel twee beren en twintig fokzeugen gekocht in Denemarken. Hij is gaan kruisen met het Deense varken. Tegenwoordig halen de varkensboeren sperma uit Denemarken. Wat dat betreft is er in 100 jaar niet zoveel veranderd. Vooral de uiers van de Denen zijn beter. Dat is van belang om meer biggen per zeug te kunnen houden.

In de afgelopen eeuw had je drie hoofdrassen in Nederland: het landvarken, de York en de Pietrain. Die werden door het stamboek erkend. De York werd hoofdzakelijk gehouden in Utrecht en Zuid- en Noord Holland. Je herkent ze aan hun steile oren. De Pietrain is eigenlijk een Belgisch ras, te herkennen aan zijn vlekken. Hij heeft wat vochtig vlees. Het Landvarken kwam vooral in het oosten van het land voor. Dat was een echt spekvarken met hangoren. Ieder jaar hadden we een varkensfokdag van het stamboek in Raalte. Bij het stamboek keken ze meer naar het uiterlijk dan naar de economische waarde.

Rond 1980 zijn wij begonnen met het kruisen van varkens. Ik had bij andere bedrijven die stiekem kruisten al gezien dat het prima ging. We hebben toen York-beren uit Zuid-Holland en Utrecht gehaald voor verbetering van het varkensras. Dat was voor die tijd ondenkbaar. De directeur van het varkensstamboek sprak er schande van: “Jullie breken alles af wat wij hebben opgebouwd!” Zij wilden zuiver Nederlands landvarkens, zuiver York en zuiver Pietrain. Zij streefden naar het Deense type met een schrale voorhand en een ruim achterstel. Het probleem was dat die beesten veel longproblemen kregen in de stallen. Wij wilden dieren met ruimere borstomvang, maar daar wilde het stamboek niet van weten.'

Reacties