Geplaatst door: 
Verhaal

Berend Schrijver: 'De Oude Mars is altijd een pachtbedrijf gebleven'

'Vroeger liep de pacht altijd tot 22 februari, dan was het Sint Petri. Dat had waarschijnlijk te maken met dat je dan al weer op het akkerland bezig moest met bemesten, zaaien en poten, zoals de bieten, de aardappels of het graan. Tegen het einde van mei maaide je dan het gras. Rond die tijd had je meestal beter hooiweer. In 1937 is de pachtwet gekomen. Daarna had je het recht om na de vaste pachtjaren het bedrijf weer opnieuw te pachten. Dat betekende wel dat de pacht elke drie of zes jaar verhoogd kon worden, maar dat ze je er niet af konden zetten. En we hadden ook continuatierecht, zodat de kinderen ook weer recht hadden op de pacht.

Voordat de pachtwet er was, kon de verhuurder de pachter na afloop van de pachttermijn van het bedrijf zetten. Op het Kampereiland bij Kampen moesten de boeren zich na de pachttijd zelf opnieuw op hun bedrijf inschrijven. Als een andere boer dan meer bood, moest je van de boerderij af. Dat was echt asociaal beleid. Als je een boerderij van een landgoed huurde kon dat natuurlijk ook gebeuren, maar wanneer de verstandhoudingen goed waren, werden de pachten meestal wel gecontinueerd. 

Al die tijd dat de familie op De Oude Mars zat, is het een pachtbedrijf gebleven. Op een gegeven moment hadden we de mogelijkheid om het te kopen. Landgoed Zandhove was eigendom van de familie Van Naamen Van Eemnes. De freule is op latere leeftijd nog getrouwd met ene heer Van den Brandeler. Omstreeks 1942 hebben zij het herenhuis met 24 hectare bos rond het huis verkocht. Ze hadden geen kinderen en toen zij in 1950 overleed bleef hij alleen achter. Ik denk dat ze niet in gemeenschap van goederen waren getrouwd, dus toen hij het landgoed overnam kostte hem dat waarschijnlijk successie. Van hem ging het naar zijn broer en daarna naar diens kinderen, die het wilden verkopen. Dan praat je over 1974 ongeveer. Als pachter had je toen het eerste recht van koop op je pachtboerderij. Toen de rentmeester hier een keer kwam maakte hij ons eerst nog een beetje bang. Want als het totale landgoed in één keer verkocht zou worden, dan zou dat recht van voorkeur voor de pachter niet gelden. Op het landgoed stonden negen bedrijven en er was 200 hectare grond. Op die bedrijven zaten allemaal jonge boeren die er niet zoveel belang bij hadden om te kopen. Ik ook niet. Daarnaast wisten we dat de gemeente Zwolle ook belangstelling had. De plannen voor Zwolle-Zuid waren er al, dus we zeiden tegen elkaar: "Als stad Zwolle het koopt en er komt nieuwbouw, dan zijn ze verplicht om ons als pachters een ander bedrijf aan te bieden." Zoveel risico liepen we dus niet. Bovendien, als we de Oude Mars hadden gekocht was het nog niet zo interessant. Alleen het onderhoud al, zou veel te veel gaan kosten bij zo’n monumentaal gebouw, met ongeveer een kwart hectare aan rieten dak. De rentmeester van Zandhove zei nog wel: "O Schrijver, als je maar niet denkt dat Zwolle het hier zal kopen voor nieuwbouwplannen, want dat is echt niet zo!" Maar wij wisten wel beter. Het was natuurlijk allemaal doorgestoken kaart. Uiteindelijk heeft stad Zwolle inderdaad Zandhove gekocht en dat was ook een goede eigenaar en verpachter. We hebben er geen nare gevoelens aan overgehouden. Bij de ontwikkeling van Zwolle-Zuid waren nog geen projectonwikkelaars betrokken, zoals twintig jaar later bij de komst van Stadshagen. De vergoeding voor de boeren van hun eigen grond was bij Zwolle-Zuid maximaal 2,50 gulden per vierkante meter. Voor dat geld kon je met moeite weer een gelijkwaardig bedrijf terug kopen.

We hadden nogal wat land liggen tot aan de tegenwoordige Oldeneelalle, maar daarvan zou voor Zwolle-Zuid zo’n 15 hectare bebouwd worden. Toen moest in eerste instantie onze boerderij weg. We hebben nog in Oostelijk Flevoland gekeken of daar mogelijkheden waren om een nieuw bedrijf te starten, maar uiteindelijk hebben we er niet gesolliciteerd. De gemeente besloot de buurman te verplaatsen waardoor wij konden blijven. Dat had onder meer te maken met de monumentale boerderij waarin wij woonden. Ter compensatie voor die 15 hectare kregen we zo’n 20 hectare grond terug. Of we in de polder beter af waren geweest vraag ik me weleens af. We waren op dat moment intensief met de roodbonte MRIJ-fokkerij bezig. Hier zaten we natuurlijk helemaal in dat gebied en in de Flevopolder niet. 

Reacties