Geplaatst door: 
Verhaal

Antoon ten Den: 'Het stiertje sprong van de grond af en ging achterover!'

'Wij hadden heel aardig vee thuis, allemaal Maas- Rijn- en IJsselvee. We deden vaak mee aan fokveedagen. Mijn vader had aardig kijk op de fokkerij. Ik weet nog dat ik met een bollige koe naar de boerderij van mijn oom bij Nieuw Heeten moest. Die hadden een goede stier staan. Wij hadden meestal zelf ook een jong stiertje. Ik heb eens zo’n stiertje aan de touw uit het hok gehaald om een koe te dekken. Het touw had ik voor de zekerheid een extra keer om mijn pols geslagen. Het stiertje sprong van de grond af en ging achterover! Ik werd zo meegetrokken. Ik heb het touw nooit meer om mijn arm geslagen. Als ze wat ouder werden, gingen de stieren naar de slacht. Dan waren ze te sterk en moesten de eigen dochters alweer gedekt worden.

Eind jaren ’30 is in Haarle een stierhouderij opgericht. Mijn vader was secretaris. Ze hadden enkele stieren bij diverse boeren gestald waar leden een koe konden laten dekken. Als stierhouderij kun je stieren aankopen met goede papieren, wat een boer alleen niet kan. Ik weet nog dat mijn vader in de oorlog met de aankoopcommissie naar Brabant was om een stier te kopen. Wij hebben ook wel eens een stier geleverd. Dat was een jong van een stier van de Brinkgreve uit Deventer: Johan van Rebecca 8. Mijn vader heeft voor de oorlog zelf een stier verkocht aan een stierhouderij in Geesteren, voor 700 gulden. Dat was een hoop geld. Er was in Haarle ook een fok- en melkcontrolevereniging, maar die ging van de melkfabriek uit. In Haarle lag ongeveer de scheiding tussen de fabrieken in Raalte en Heeten: de Hoop en de Vooruitgang. Later is dat samengegaan in de Hovo.

Na de oorlog kregen we te maken met Abortus Bang, een besmettelijke ziekte. De een na de andere veestapel werd besmet. We hadden net een nieuwe veearts: Jansen. Hij zei: “Ik weet misschien een oplossing. In Almelo zijn ze begonnen met kunstmatige inseminatie, KI. Dan ben je van de besmetting af.” Daar is binnen de stierhouderij over gepraat. Ze zijn met Jansen naar de KI Almelo geweest. Toen zeiden ze: “Daar moeten wij ook werk van maken.” In ’46 zijn ze hier met de KI begonnen. Iemand van de melkfabriek heeft in Almelo leren insemineren. Een paar jaar later is de KI gefuseerd met de Hovo in Raalte. Mijn vader kwam toen in het bestuur van de Hovo.'

Reacties