Geplaatst door: 
Verhaal

Adrie van Nieuwenhuijzen: 'Het sociale aspect kwam meer op de voorgrond'

'In 1970 had ik net mijn diploma, toen er vacature voor economisch-sociaal voorlichtster in Twente in het blad van de Christelijke Boeren- en Tuindersbond (CBTB) stond. Ik ben daar op sollicitatiegesprek geweest. Mede dankzij relaties van mijn opa, die ik nooit heb gekend, ben ik aangenomen. Helemaal onbekend was Twente niet voor mij, vanwege mijn stage op de Volkshogeschool Markelo. Ik ging in Hellendoorn op kamers wonen, waar ik kantoor aan huis had. Mijn werkgebied lag in de CBTB afdelingen in Hellendoorn-Nijverdal, Holten, Rijssen, Wierden, Enter, Borne, Vriezenveen en Den Ham. Ons voorlichtingsteam bestond uit vier voorlichtsters en vier voorlichters. De voorlichters verzorgden de bedrijfseconomische voorlichting en de voorlichtsters richtten zich meer op het gezin. Er waren natuurlijk veel raakvlakken. In 1972 veranderde economisch sociale voorlichting in sociaal - economische voorlichting (SEV) met zes voorlicht(st)ers. Het sociale aspect kwammeer op de voorgrond: zaken als schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging waren toen belangrijke onderwerpen. Mijn werkgebied werd Oost Overijssel en een deel van West Overijssel. Ik ben toen naar Zwolle verhuisd.

Elke CBTB-afdeling had een vrouwelijke contactpersoon, die door de voorlichtsters benaderd kon worden om bijvoorbeeld samen gespreksgroepen te organiseren. De contactpersoon kende vaak de vrouwen van andere leden en kon hen gemakkelijker uitnodigen. Gespreksgroepen waren er over zaken als kinderen en zakgeld. Het geven van zakgeld of kleedgeld was toen niet vanzelfsprekend. Als voorlichtster besprak je waarom en hoe je kinderen met geld kon leren omgaan en te leren keuzes te maken. In die drie bijeenkomsten ging het ook over opleidingsmogelijkheden, studiekeuze, maar ook over bedrijfsopvolging en medezeggenschap voor kinderen die boer wilden worden. Daarnaast hield ik gespreksgroepen over gezinsfinanciën, waarbij inzicht in wat een huishouding kost en de verhouding tussen privé en bedrijfsuitgaven voorop stond. Ook organiseerde ik bijeenkomsten over arbeid in de huishouding. Hierbij ging het om efficiënt werken en goed inrichten van de werkomgeving.

Er was toen een fundamenteel verschil of je lid was van de christelijke, katholieke of algemene bond. Op bepaalde terreinen waren er duidelijke verschillen in cultuur en beleid. De bonden hadden elk hun eigen voorlichters en accountantsafdeling, die de bedrijfsboekhoudingen deden. Daarnaast was de belangenbehartiging van de agrariërs een belangrijke poot van de organisatie. Het was heel belangrijk om voor de eigen achterban het beste voor elkaar te krijgen. In mijn tijd speelde het plan Mansholt. Die plannen werden soms verguisd en hebben ertoe geleid dat veel boeren zijn gestopt en andere boeren hun bedrijf konden uitbouwen.'

 

Reacties